Rechtsbescherming en toegang tot het recht
Dossier
Bestaanszekerheid
De sociale advocatuur loopt leeg en eigen bijdrage plus griffierecht vormen een drempel. Wie recht heeft op een toevoeging betaalt in 2026 minimaal 257 euro.
Bestaanszekerheid is niet alleen een kwestie van inkomen, maar ook van de vraag of je je kunt verweren. Wie te maken krijgt met een terugvordering, een boete of een beslag, stuit op griffierecht, een eigen bijdrage en een sociale advocatuur die onder druk staat. Hoeveel mensen daardoor afzien van procederen is nergens gekwantificeerd, en dat is zelf een bevinding. Dezelfde scheefheid zien we bij handhaving: tegenover een geschatte 4 miljard euro milieuschade per jaar stelt het kabinet 3 miljoen euro voor de uitvoering van de nieuwe wet. Burgerplatform wil dat toegang tot het recht meetelt als onderdeel van bestaanszekerheid.
De analyse
Analyse
Rechtsbescherming en toegang tot het recht: de huidige situatie als referentie
Bijna een derde van de Nederlandse bevolking, 32,2 procent, heeft een inkomen laag genoeg om recht te hebben op gefinancierde rechtsbijstand. In 2025 werden 389.192 toevoegingen afgegeven, tegen 398.090 in 2024, verdeeld over 3.204 advocatenkantoren, tegen 3.248 een jaar eerder (src:2266). Het stelsel dat die rechtsbescherming levert, krimpt aan de aanbodzijde: er waren in 2025 4.463 sociaal advocaten met tien of meer toevoegingen, van wie 17,8 procent jonger was dan 35 jaar, terwijl ongeveer een derde van de sociaal advocaten binnen elf jaar de pensioengerechtigde leeftijd bereikt (src:2265). De Raad voor Rechtsbijstand formuleert dat zelf als eerste knelpunt: het grondrecht op rechtsbijstand komt in gevaar omdat het aantal sociaal advocaten jaar op jaar daalt en de jonge aanwas achterblijft. De commissie Van der Meer II stelde in maart 2025 vast dat de vergoeding structureel achterblijft bij de werkelijke tijdsbesteding en dat een structurele investering van ongeveer 40 miljoen euro nodig is (src:2267).
Financieel lek: €
Over dit dossier
Waar dit dossier over gaat
Bijna een derde van de Nederlandse bevolking, 32,2 procent, heeft een inkomen laag genoeg om recht te hebben op gefinancierde rechtsbijstand. Dat maakt rechtsbijstand een bestaanszekerheidsvoorziening en geen randvoorziening. In 2025 werden 389.192 toevoegingen afgegeven, tegen 398.090 in 2024. Asielrecht was met bijna 40.000 toevoegingen het grootste rechtsgebied, gevolgd door vreemdelingenrecht, en daarna slachtofferzaken, huurrecht en arbeids- en ontslagrecht met elk rond de 11.000.
De verborgen subsidie
De vergoeding werkt met forfaitaire punten per zaaktype. Tijdsbestedingsonderzoek in opdracht van het WODC laat zien dat die punten de werkelijke tijd niet dekken: standaardzaken kosten ongeveer 10 procent meer tijd dan vergoed, asielrecht, arbeidsrecht en familierecht 20 tot 40 procent meer, complexe zaken gemiddeld 50 procent meer, en klachtzaken van gedetineerden, ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing 30 tot 40 procent meer. Dat verschil betaalt de staat niet en de rechtzoekende evenmin, want die heeft per definitie geen geld. Het wordt gedragen door de advocaat. Dat is een subsidie van een beroepsgroep aan het stelsel, en zij is niet houdbaar.
Een vervangingstekort met een bekende klok
In 2025 waren er 4.463 sociaal advocaten met tien of meer toevoegingen. Daarvan is 17,8 procent jonger dan 35 jaar, terwijl ongeveer een derde van de sociaal advocaten binnen elf jaar de pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Het aantal kantoren in het stelsel daalde in een jaar van 3.248 naar 3.204. De Raad voor Rechtsbijstand noemt dit zelf als eerste knelpunt: het grondrecht op rechtsbijstand komt in gevaar. Dit is geen conjunctureel probleem, want opleiden kost jaren.
Wat de MKBA laat zien
De referentieanalyse zet het structurele tekort in de bekostiging op 25 tot 40 miljoen euro per jaar. De bovengrens van 40 miljoen is het bedrag dat de commissie Van der Meer II in maart 2025 nodig achtte; de ondergrens van 25 miljoen houdt rekening met de 10 miljoen euro structureel vanaf 2027 voor behoud van de sociale advocatuur en de 15 miljoen die naar het toevoegingenbudget wordt overgeheveld. Dat bedrag is klein naast de 589 miljoen euro die het stelsel in 2025 aan toevoegingen uitgaf. Juist dat is de bevinding: voor enkele procenten van het budget staat de houdbaarheid van het hele stelsel op het spel. Wat niet kon worden gekwantificeerd is de vraagzijde, want er bestaat geen meting van hoeveel mensen afzien van een procedure vanwege eigen bijdrage of griffierecht.
Wat kan er gebeuren
Periodieke herijking en indexering van de vergoedingen wettelijk verankeren, zodat een bekend verschil niet opnieuw jarenlang kan voortduren. De kantoortoeslag invoeren, zodat kantoren weer kunnen opleiden. Griffierecht en eigen bijdrage verlagen of afschaffen voor rechtzoekenden onder de Wrb-grens. En instroom en uitstroom van sociaal advocaten per rechtsgebied jaarlijks publiceren, zodat tekorten zichtbaar worden voordat ze ontstaan.
In het nieuws