Onderzoekers: bij de landbouwtransitie betalen boeren eerst, de samenleving krijgt de baten

De Deurnese Peel, deel van de Peelvenen in Noord-Brabant (2006). (foto: Roberta4ever, publiek domein, Wikimedia Commons)
Nieuws Technische oplossingen zoals emissiearme stallen verminderen de uitstoot, maar leveren weinig op voor de brede welvaart op het platteland. Extensiveren en natuurinclusief boeren doen dat wel, maar de lasten vallen eerst bij de boer. Dat blijkt uit een analyse van twee gebieden in het vakblad Ruimte & Maatschappij.

Minder stikstof vraagt om andere bedrijfsvoering en ander landgebruik. Wat dat betekent voor inkomen, werk, gezondheid en leefbaarheid op het platteland, krijgt in het beleid weinig aandacht. Dat schrijven vier onderzoekers in het vakblad Ruimte & Maatschappij van 12 oktober 2026. Het artikel is getoetst door vakgenoten.

De auteurs zijn Marijn van Asseldonk, senior adviseur-onderzoeker bij Het PON & Telos, Annemariet van der Hout, onderzoeker bij Wageningen University, Joks Janssen, senior adviseur-onderzoeker bij Het PON & Telos en hoogleraar Brede welvaart in de regio aan Tilburg University, en Katja Nagelkerke, adviseur-onderzoeker bij Het PON & Telos.

Twee gebieden onderzocht

De onderzoekers bespreken twee sociaaleconomische impactanalyses die Het PON & Telos maakte voor provinciale gebiedsprogramma's. De eerste gaat over de Vitale Peel in Noord-Brabant, een gebied rond de stikstofgevoelige Peelvenen met veel intensieve veehouderij. De tweede gaat over het Buijtenland van Rhoon bij Rotterdam, waar natuurinclusieve akkerbouw, natuur en recreatie samengaan als natuurcompensatie voor de Tweede Maasvlakte.

De analyses hebben duidelijke grenzen. De uitkomsten zijn inschattingen van deskundigen op een schaal van min twee tot plus twee per effect, voor de korte termijn tot drie jaar en de lange termijn tot tien jaar. Het zijn geen metingen of voorspellingen. Met boeren zelf zijn geen interviews gehouden. De analyses zijn gemaakt voor het Nationaal Programma Landelijk Gebied, dat het kabinet-Schoof in september 2024 beëindigde.

Wat de onderzoekers vonden

  • Emissiearme stallen en andere technische oplossingen verminderen de uitstoot, maar dragen maar beperkt bij aan brede welvaart.
  • Extensiveren, verbreden en natuurinclusief boeren leveren meer op voor gezondheid, leefomgeving en de lokale economie.
  • De lasten vallen eerst bij boeren. Op korte termijn kunnen inkomen en welbevinden dalen, terwijl de baten voor de samenleving later of elders komen.
  • In het Buijtenland van Rhoon zijn de verdienmodellen zonder vaste beloning voor natuurbeheer moeilijk rond te krijgen. Nevenactiviteiten zoals zorgboerderijen en boerderijwinkels helpen, als het omgevingsbeleid er ruimte voor geeft.
  • Omschakelen is alleen haalbaar als grond, financiering, advies, afzet en een structurele beloning voor ecosysteemdiensten geregeld zijn.
  • Vergrijzing, minder voorzieningen en een dalend vertrouwen in de overheid kunnen de omschakeling bemoeilijken.

De onderzoekers raden provincies aan zulke analyses vroeg en herhaald in te zetten, en ze te gebruiken voor het gesprek met boeren, bewoners, gemeenten en waterschappen.

Eerlijk verdelen

Burgerplatform leest in dit onderzoek een verdelingsprobleem. Wie extensiever gaat werken, betaalt eerst zelf, terwijl de samenleving de baten krijgt: schonere lucht en schoner water, meer natuur en een gezondere leefomgeving. Burgerplatform vindt dat de overheid die rekening niet bij de boer kan laten liggen.

Stop. Stop eerst met prikkels die intensivering belonen. Regelingen die vooral grote, intensieve bedrijven helpen, maken omschakelen relatief duurder. Zie ook het artikel over de stikstofmonitor van het RIVM.

Bron. Regel grond, financiering en advies voordat de omschakeling begint, niet erna. Betaal boeren structureel voor schoon water, natuur en een gezonde bodem, zodat extensiveren een echt verdienmodel wordt en geen offer.

Herstel. Een maatschappelijke kosten-batenanalyse kan per maatregel laten zien wat die kost en oplevert voor natuur, gezondheid en inkomen. Een sociaaleconomische impactanalyse kan daarnaast laten zien bij wie de lasten en baten terechtkomen, en wanneer. Een fonds voor brede welvaart kan helpen om de overgangsjaren te overbruggen voor boeren die omschakelen.

Lees ook: RIVM: te veel stikstof op 69 procent van de kwetsbare natuur, van stikstofwinst tot waterbeleid, tijd voor een ander landbouwbeleid, laat de veldleeuwerik weer zingen op het hele boerenland en toets de nieuwe investeringsinstelling aan brede welvaart.

Bron: Marijn van Asseldonk, Annemariet van der Hout, Joks Janssen en Katja Nagelkerke, Breder is beter? Sociaaleconomische impactanalyses en de zoektocht naar brede welvaart in het landelijk gebied, Ruimte & Maatschappij, jaargang 18, nummer 1, 12 oktober 2026, doi 10.21825/renm.99725, CC BY 4.0.

lees hele artikel/document

Deel dit bericht

Blijf op de hoogte en stem mee over voorstellen

Vul je gegevens in om mee te doen

Wilt u uw e-mail hier invoeren?
Wilt u uw postcode hier invoeren?

Door aan te melden ga je akkoord met onze privacyverklaring. We delen je gegevens nooit met derden.

Tags:

pageviews: 31

tinyurl: link