Reconstructie: de kostendelersnorm, veertig jaar korten op wie een huis deelt

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de Anna van Hannoverstraat in Den Haag, in 2010. (foto: StevenL, CC BY-SA 3.0, via Wikimedia Commons)
Reconstructie

Betrokkenen

Korten op wie een huis deelt begon in 1985 en leidde toen al tot grote onrust. Klijnsma (PvdA) bracht het in 2013 terug als kostendelersnorm; VVD, PvdA, CDA, D66, ChristenUnie en SGP stemden voor. Voor de AOW ging het niet door, voor de bijstand wel. Kosten volgens bronnen: 422 tot 489 miljoen euro per jaar aan lagere uitkeringen voor 42.697 huishoudens. Herstel: deels, de leeftijdsgrens ging in 2023 van 21 naar 27 jaar.

Stel: u zit in de bijstand en uw moeder van 74 kan niet meer alleen wonen. U neemt haar in huis. Vanaf dat moment krijgt u ongeveer 400 euro per maand minder, omdat er iemand bij u woont. Zorgt u voor haar, dan verandert dat niets. Draagt zij financieel niets bij, dan verandert dat ook niets. De regel kijkt naar het adres, niet naar wat er gebeurt.

Dat is de kostendelersnorm, ingevoerd op 1 januari 2015 en vandaag van toepassing op 42.697 huishoudens src:217. Het idee erachter is veertig jaar ouder, en het is in die veertig jaar drie keer op dezelfde grens gestuit: het moment waarop de overheid een huishouden in plaats van een persoon tot rekeneenheid maakt. Twee keer verloor de maatregel. In de bijstand won zij.

1985: de voordeurdelers

De Algemene Bijstandswet ging uit van het individualiseringsbeginsel. De bijstand werd afgestemd op de persoon en het gezin, en vanaf 1974 lag het basisbedrag voor gehuwden en samenwonenden op 100 procent van het netto minimumloon, voor alleenstaanden op 70 procent src:2236.

Het kabinet-Lubbers I, een coalitie van CDA en VVD met Jan de Koning (CDA) op Sociale Zaken, bezuinigde in die jaren zwaar. In 1985 kwam de voordeurdelersregeling: alleenstaanden die een woning deelden zonder een economische eenheid te vormen, zakten van 70 naar 60 procent. Het ministerie van SZW schrijft zelf, ruim dertig jaar later, dat die regeling leidde tot veel maatschappelijke onrust src:2236. Het woord voordeurdelers was geboren en zou nooit meer weggaan: de Eerste Kamer gebruikt het in 2024 nog steeds src:2244.

2012: De Krom houdt vol, en verliest binnen een half jaar

De tweede poging kwam van het kabinet-Rutte I. Per 1 januari 2012 gold voor nieuwe bijstandsaanvragen de huishoudinkomenstoets: niet het individu maar het inkomen van het hele huishouden bepaalde het recht op bijstand. Per 1 juli zou de toets ook gelden voor wie al een uitkering had. De maatregel moest ongeveer 50 miljoen euro opleveren.

De weerstand kwam uit de uitvoering. De 32 grootste gemeenten voorspelden dat mensen zich op papier bij een oma of een kennis zouden laten inschrijven, en vreesden dat uitkeringen van ouders zouden stoppen zodra een inwonend volwassen kind ging werken. Rotterdam vroeg om alternatieven. Staatssecretaris Paul de Krom wilde daar niet over praten, schreef Binnenlands Bestuur op 18 april 2012 src:2246.

Twee maanden later was de maatregel weg. Het Begrotingsakkoord 2013 schrapte de huishoudinkomenstoets met terugwerkende kracht tot 1 januari 2012. Het terugdraaien kostte 54 miljoen euro in 2013 src:2240, meer dan de toets zou opbrengen.

2013: Klijnsma brengt het idee terug

Het kabinet-Rutte II, een coalitie van VVD en PvdA, zette het principe opnieuw in het regeerakkoord, nu in een andere vorm en breder: niet alleen voor de bijstand, maar ook voor de AOW en de Anw. Op 5 november 2012 werd Jetta Klijnsma (PvdA) staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Op 11 november 2013 diende zij het wetsvoorstel in dat de kostendelersnorm zou invoeren src:2239.

De memorie van toelichting noemt vier argumenten: wie kosten deelt heeft lagere bestaanskosten, iedereen houdt een eigen recht zodat werken blijft lonen, de armoedeval wordt kleiner, en de maatregel draagt bij aan het op orde brengen van de schatkist. Dat laatste staat er zonder omhaal bij. Het bereik dat het ministerie toen voorzag: circa 36.000 bijstandshuishoudens, ongeveer 10 procent van de populatie, circa 58.000 AOW-gerechtigden en ongeveer 2.500 mensen in de Anw src:2247.

Op 3 februari 2014 paste de regering het voorstel aan na afspraken met D66, ChristenUnie en SGP. Daarmee lag er een meerderheid. De Tweede Kamer nam het aan op 11 februari 2014; voor stemden het lid Bontes, SGP, CDA, ChristenUnie, VVD, D66 en PvdA. De Eerste Kamer volgde op 1 juli 2014 bij zitten en opstaan, met dezelfde zes fracties voor. Vier moties van 24 juni 2014 werden verworpen, waaronder een motie van Tuur Elzinga (SP) over het besluit dat de invoeringsdatum zou regelen src:2239.

Het verzet had op dat moment al een naam. Op 11 juni 2014, drie weken voor de stemming in de Eerste Kamer, stuurde Klijnsma een brief als reactie op het artikel Mantelzorgboete frustreert de Participatiesamenleving src:2239. De term mantelzorgboete was er dus eerder dan de norm zelf.

2015: de norm gaat in

Op 1 januari 2015 trad de Participatiewet in werking, waarin de Wet werk en bijstand, de Wet sociale werkvoorziening en een deel van de Wajong opgingen. De kostendelersnorm ging mee src:2236. Een alleenstaande houdt 70 procent, bij twee kostendelers wordt het 50 procent per persoon, bij drie 43,33, bij vier 40 en bij vijf 38 procent src:2237. De leeftijdsgrens lag op 21 jaar. Wie een kind van 21 in huis had, werd gekort.

Dezelfde maatregel, andere afloop: de AOW

Voor de AOW zou de norm in stappen ingaan vanaf 1 juli 2015 en in 2019 volledig gelden. Een ouder en kind die beiden AOW ontvingen zouden er structureel ongeveer 31 procent op achteruitgaan src:2247.

Dat is nooit gebeurd. Het parlement had de toezegging gekregen dat invoering pas zou plaatsvinden als duidelijk was hoe mantelzorgrelaties onder AOW-gerechtigden werken. Een brief van 18 juni 2015 meldde uitstel. In 2016 en 2017 gingen de schriftelijke overleggen niet meer over uitstel maar over afstel src:2239. Op 1 juni 2017 was het definitief: bij de Voorjaarsnota besloot het kabinet de norm niet in de AOW in te voeren en maakte daarvoor structureel 214 miljoen euro vrij src:2243. De reden die het ministerie later zelf opschreef: de AOW is een volksverzekering, en de hoogte ervan mag geen gevolgen hebben voor ouderen met mantelzorg of giften src:2236.

Het is het scharnierpunt van deze reconstructie. Precies het argument dat de AOW-variant deed sneuvelen, mantelzorg mag niet bestraft worden, gold niet voor de bijstand. Daar bleef de norm staan. Het gevolg is een onderscheid dat er vandaag nog is: wie zijn AOW volledig heeft opgebouwd, wordt niet gekort als er iemand bij komt wonen. Wie een onvolledige AOW heeft en daarom een AIO-aanvulling krijgt, wel. Dat zijn overwegend mensen die een deel van hun leven in het buitenland woonden.

2020: het verzet organiseert zich

In december 2020 ondertekenden eenentwintig organisaties een gezamenlijke oproep tegen de kostendelersnorm, bijeengebracht door de FNV. Onder hen de Woonbond, Valente, Ieder(In), ouderenbond KBO-PCOB, de Vereniging Sociale Advocatuur Nederland, Stichting Zwerfjongeren, de Bijstandsbond, de Daklozenvakbond en het Netwerk van Organisaties van Oudere Migranten src:2245. Die laatste is achteraf opvallend: zes jaar later zou juist bij oudere migranten de schade meetbaar blijken.

In diezelfde maanden kwam onderzoek van Significant APE, in opdracht van SZW, met een onaangename bevinding. Sinds 2015 verlieten meer jongeren uit bijstandsgezinnen rond hun 21e het ouderlijk huis, en zij werden vaker uitgeschreven uit de basisregistratie met bestemming onbekend. Staatssecretaris Bas van 't Wout (VVD) noemde de dak- en thuisloosheid onder jongeren zorgelijk en onwenselijk, maar wilde de norm handhaven vanwege het activerende karakter van de bijstand. Hij wees gemeenten op hun ruimte voor maatwerk. Diezelfde onderzoekers constateerden dat gemeenten die ruimte juist nauwelijks gebruiken, uit vrees voor precedentwerking en misbruik. Jasper van Dijk (SP) noemde maatwerk een dooddoener; wethouders van de vier grote steden, onder wie Bert van Alphen (GroenLinks) in Den Haag, wilden de norm generiek opschorten voor jongeren tot 27 jaar src:2248.

2021: vijf varianten op tafel

Een motie van Van Dijk vroeg om daklozen, mantelzorgers en kwetsbare jongeren tot en met 27 jaar uit te zonderen. SZW rekende vijf alternatieven door, op volumestand 2026: een alleenstaandenaanvulling 89 miljoen euro, een voordeurdelersregeling 256 miljoen, een medebewonersnorm 75 miljoen, het optrekken van de leeftijdsgrens 68 of 168 miljoen afhankelijk van de vormgeving, en volledige afschaffing 421 miljoen. De medebewonersnorm viel op: die zou budgettair neutraal te maken zijn door de norm voor de hoofdbewoner met circa 10 procent te verlagen. Het UWV liet weten geen enkele variant te kunnen handhaven, omdat er geen betrouwbare registratie van huishoudsamenstelling bestaat src:2236.

2022: Rotterdam wacht niet op de wet

Het kabinet-Rutte IV kondigde aan de leeftijdsgrens naar 27 jaar te brengen, en minister voor Armoedebeleid Carola Schouten (ChristenUnie) mikte op 1 januari 2023. Rotterdam wachtte dat niet af en paste de nieuwe grens toe vanaf 1 juli 2022, hoewel de norm rijkswetgeving is. Arnhem deed hetzelfde. Uit onderzoek van Binnenlands Bestuur bleek dat bijna elke grotere gemeente de norm wilde aanpassen en ongeveer een derde hem geheel wilde afschaffen src:2242.

2023: de grens naar 27

Per 1 januari 2023 tellen personen jonger dan 27 jaar niet meer mee als kostendelende medebewoner. De wijziging liep mee in het wetsvoorstel Breed offensief. De norm zelf bleef gelden voor bijstandsgerechtigden vanaf 21 jaar src:2241. Het aantal getroffen huishoudens daalde van 44.420 in januari 2020 naar 42.697 in januari 2026 src:2236 src:217, terwijl het bijstandsbestand in dezelfde jaren juist groeide, naar 413.000 personen tot de AOW-leeftijd in het tweede kwartaal van 2026 src:2238.

2024: een motie uit onverwachte hoek

Op 23 april 2024 diende Rob Kemperman (BBB) in de Eerste Kamer een motie in die de regering vroeg de fiscale beperkingen op het splitsen en delen van woningen weg te nemen, met de voordeurdelersregeling als voorbeeld. De motie werd op 14 mei aangenomen met een opvallende combinatie: GroenLinks-PvdA, FVD, PvdD, JA21 en BBB. De uitvoeringsstatus staat nog altijd op niet uitgevoerd; de deadline werd verschoven naar 1 mei 2026 src:2244. Wel leverde de motie het onderzoek op dat twee jaar later het beeld zou kantelen.

2026: twee rapporten, twee verschillende vragen

Op 6 februari 2026 verscheen de verkenning die de ministeries van VRO en SZW lieten maken. De vraag was of aanpassing van de norm woningdelen zou stimuleren. Het antwoord was nee. Afschaffing zou 3.900 tot 15.200 woningen vrijspelen tegen 422 miljoen euro in 2029 en 489 miljoen structureel: 32.000 tot 125.000 euro per vrijgespeelde woning per jaar, meer dan de bouwkosten van een nieuwe woning. Tegelijk bevestigde het rapport de prikkel die het onderzocht: onder de huidige norm blijft het financieel gunstiger om alleen te wonen src:217.

Twee maanden later, op 21 april 2026, verscheen het eerste onderzoek dat niet naar woningen keek maar naar mensen. Ernst-Jan de Bruijn, Heike Vethaak en Marike Knoef vergeleken op CBS-microdata 6.533 AIO-gerechtigden met kostendelers met 36.288 zonder. Hun persoonlijk inkomen daalde met 1.542 euro per jaar, 13 procent, en dat hield minimaal zeven jaar aan. Het gebruik van medicijnen tegen hoog cholesterol steeg met 2,4 procentpunt, tegen hoge bloeddruk met 1,8 procentpunt. De sterftekans lag op langere termijn circa 1,5 procentpunt hoger, al waarschuwen de auteurs dat de aannames van hun sterftemodellen slecht toetsbaar zijn. Van de onderzochte groep heeft 92 procent een migratieachtergrond src:2235.

Wat deze reconstructie laat zien

Drie dingen vallen op. Het eerste is de asymmetrie. Dezelfde maatregel werd voor de AOW ingetrokken omdat mantelzorg niet bestraft mag worden, en voor de bijstand gehandhaafd. Wie dat verschil wil verdedigen, moet uitleggen waarom mantelzorg van een AOW-gerechtigde wel bescherming verdient en die van een bijstandsgerechtigde niet. Die uitleg is er voor zover wij konden nagaan nooit gegeven.

Het tweede is de verschuiving van de vraag. Vanaf 2020 ging het debat over woningen. Of de norm woningdelen belemmert, is inmiddels onderzocht, en het antwoord is dat aanpassing daarvoor een duur en ondoelmatig instrument is. De vraag wat de norm doet met de bestaanszekerheid van de mensen die hem ondergaan, is sinds 2015 nooit geevalueerd. Het enige causale antwoord kwam in 2026 van onderzoekers buiten de overheid, en gaat over 4.054 van de 42.697 getroffen huishoudens.

Het derde is waar de correctie vandaan kwam. Niet uit Den Haag, maar uit de uitvoering: gemeenten die de norm loslieten voordat de wet veranderde, en uitvoerders die zeiden dat zij hem niet konden handhaven.

Volgens Burgerplatform is de les niet dat de norm per se weg moet. Volledige afschaffing als woningmarktinstrument is door de onderzoekers van de ministeries zelf afgewezen, en dat oordeel staat. De les is dat een maatregel die elf jaar lang het inkomen van tienduizenden huishoudens verlaagt, beoordeeld hoort te worden op wat hij die huishoudens kost, en niet alleen op wat hij de begroting oplevert. Wat daarvan nu wel en niet bekend is, met bronnen en bandbreedtes, staat in onze referentieanalyse ana:92. De doorrekening van een gerichte uitzondering voor mantelzorg, familie en jongvolwassenen staat in ana:30. En wat financiele kwetsbaarheid de samenleving als geheel kost, staat in dit bericht over het onderzoek van Ecorys en het Verwey-Jonker Instituut.

Analyses bij dit artikel

Via onderwerp

  • Kostendelersnorm als belemmering voor woningdelen - gerichte uitzondering (C2)
  • Kostendelersnorm: de huidige situatie als referentie

Via data

Via bronnen

  • Kostendelersnorm: de huidige situatie als referentie

Deel dit bericht

Blijf op de hoogte en stem mee over voorstellen

Vul je gegevens in om mee te doen

Wilt u uw e-mail hier invoeren?
Wilt u uw postcode hier invoeren?

Door aan te melden ga je akkoord met onze privacyverklaring. We delen je gegevens nooit met derden.

Tags:

pageviews: 73

tinyurl: link

Gerelateerde berichten

Meer over Kostendelersnorm